Regionale afstemming gemeentelijke zwembadinfrastructuur

  • 20/01/2012
  • 118 keer gelezen
Gaverbad
De komende jaren worden heel wat gemeenten in de regio geconfronteerd met investeringen aan hun gemeentelijke zwembadinfrastructuur. Door regionaal de krachten te bundelen, willen de burgemeesters de investeringen efficiënter inzetten zonder de dienstverlening voor de burger te schaden. Dit werd uitvoerig toegelicht op het nieuwjaarsperscontact van burgemeesters op 20 januari in Wervik.


 

Aanleiding

In mei sloot het Gaverbad in Deerlijk de deuren omwille van betonrot. Het College van Burgemeester en Schepenen nam deze maatregel nadat onderzoek uitwees dat de veiligheid van de zwemmers en het personeel niet langer gegarandeerd kon worden.

Ook andere zwembaden in de streek worden geconfronteerd met grondige renovaties de komende jaren. Andere gemeentes maken dan weer plannen om hun bad(en) te sluiten en zijn op zoek naar de beste formules en locaties voor nieuwe zwembadinfrastructuren.

Naast de gemeentelijke uitdagingen, stelt men vast dat zwembaden infrastructuren zijn met een duidelijke gemeente-overschrijdende aantrekking. Dit werd onderzocht in de studie rond centrumfuncties in stadsregio's, die aantoont dat er een grote instroom van clubs, scholen en abonnees is van buiten de gemeente waar het zwembad gelegen is.

Nood aan regionaal onderzoek

De Conferentie van Burgemeesters vroeg midden 2011 aan Leiedal om te onderzoeken of en hoe de gemeentes hun zwembadinfrastructuur efficiënter kunnen aanpakken. De investerings-, onderhouds- en werkingskosten lopen hoog op en vormen een verlieslatende post op de gemeentelijke begroting. Desondanks kiezen de meeste gemeentes er voor om deze dienstverlening voor de burger te behouden. Door samen te werken kunnen de investeringen efficiënter ingezet worden zonder de dienstverlening te schaden.

Verkennend onderzoek

Leiedal heeft midden 2011 het verkennend rapport ‘Zwembaden in de regio Kortrijk' opgeleverd. In het rapport wordt de gemeentelijke zwembadinfrastructuur opgelijst met gegevens over het bouwjaar, typologie, bezoekers en toekomstplannen. De studie bevat ook een regionaal luik met een overzicht van o.m. de inplanting van de zwembaden in de regio en de bezoekersstromen.

Drie onderzoeksniveaus

Op basis van het verkennend onderzoek van Leiedal, besliste de Conferentie van Burgemeesters om de zwembadproblematiek verder te onderzoeken op verschillende niveaus met als doelstelling kosten besparen:

  • Regionale afstemming investeringen. Een eerste actie betreft de afstemming van de gemeentelijke initiatieven om te komen tot efficiëntere en rendabelere investeringen. Zowel Kortrijk als Wevelgem hebben onlangs gekozen om een nieuwe zweminfrastructuur te bouwen. De precieze modaliteiten (locatie, type zwembad, etc.) liggen evenwel nog niet vast. Andere gemeenten zoals Zwevegem en Wervik onderzoeken momenteel nog welke investeringen op hun grondgebied wenselijk en haalbaar zijn. Door regionaal af te stemmen, wil de Conferentie van Burgemeesters komen tot een logische spreiding van de infrastructuur en een minimale concurrentie op streekniveau.

 

  • Regionale afstemming vraag en aanbod. Een aantal gemeenten hebben een eigen zwembad (of meerdere), andere hebben geen eigen zweminfrastructuur. Kunnen er tussen gemeenten geen afspraken gemaakt worden, bvb. op gebied van openingsuren, toegangsprijzen, doelgroepen? Op die manier kan de vraag van de verschillende doelgroepen en het aanbod aan zweminfrastructuur in onze regio beter afgestemd worden.

 

  • Kostenreductie exploitatie. Ten derde wil de Conferentie van Burgemeesters een onderzoek naar de mogelijkheden om de zware kostenposten bij het beheer van zwembaden (energie, water, personeel, onderhoud) te verminderen. Kunnen bijvoorbeeld innovatieve concepten op gebied van water- en energiebeheer leiden tot kostenbesparingen?

Verdere aanpak

In functie van de verschillende onderzoeksniveaus, zullen er begin 2012 verkennende gesprekken gevoerd worden met de bevoegde schepen en ambtenaar van de gemeenten. Deze gesprekken zullen gefaseerd worden.

In eerste instantie zal contact opgenomen worden met de hoofdspelers, stad Kortrijk en gemeente Zwevegem, met het oog op de afstemming van hun investeringen.

In tweede instantie zal gekeken worden welke de behoeftes aan zwemwater is van de gemeentes die geen eigen zwembad hebben (Deerlijk, Harelbeke, Anzegem, Spiere-Helkijn en Lendelede).

Daarna zullen er gesprekken gevoerd worden met de andere gemeentes. Dit moet toelaten zicht te krijgen op de problemen waarmee de gemeenten geconfronteerd worden, zowel financieel, als op het niveau van de exploitatie, en op de actuele behoeften van de gemeenten, in functie van de vraag van de verschillende doelgroepen (scholen, sportclubs en recreanten).

 

Contact